VERSLAG: Damien Nijssen
Khamari, Paradiso (2 september 2026)
Khamari is misschien wel hét gezicht van de hedendaagse, contemporary R&B. De in Boston geboren singer-songwriter en multi-instrumentalist brak door met A Brief Nirvana, waarop zijn breekbare falset, bedachtzame songwriting en toch wel duidelijke invloeden hem snel een belangrijke plek gaven binnen een nieuwe generatie introspectieve R&B-artiesten. Frank Ocean, D'Angelo, Jeff Buckley, Stevie Wonder en zelfs Christopher Nolan worden genoemd als inspiraties voor zijn rauwe, cinematische geluid. Op zijn nieuwe album To Dry a Tear probeert hij vergelijkingen steeds verder van zich af te schudden, door zijn eigen identiteit verder uit te breiden. Zijn nummers draaien om verlangen, twijfel en verlies, zelden om de bevrijding erna. Woensdagavond in Paradiso wordt dat ook het uitgangspunt van zijn liveshow: donker, warm en zorgvuldig opgebouwd, maar nooit zo gepolijst dat de kwetsbaarheid verdwijnt.
Voorprogramma Ambré zet die toon subtiel in. Haar soulvolle set, met onder meer een passage uit Minnie Ripertons 'Lovin' You' en een uitvoering van haar samenwerking met Destin Conrad, voelt als een zachte aanloop naar de introspectieve R&B die volgt. Net als Khamari laat ze bovendien horen hoe sterk haar muziek geworteld is in de artiesten en stijlen die eraan voorafgingen.
Bij Khamari zelf valt allereerst op hoe dicht zijn stemgeluid bij de studioversies blijft, zonder dat de show daardoor statisch wordt. Integendeel: juist live krijgt zijn muziek meer ruimte om te ademen. Waar zijn zang op plaat soms bijna volledig samensmelt met de melancholische productie, worden in Paradiso de contrasten nadrukkelijker.
Dat komt bijvoorbeeld naar voren in 'Right My Wrongs'. Verlangen klinkt bij Khamari nooit simpel of eenduidig romantisch, maar als iets dat zichzelf voortdurend tegenspreekt. Willen en loslaten, nabijheid en afstand lopen door elkaar heen. Die spanning vormt niet alleen de kern van veel van zijn teksten, maar ook van de manier waarop de set wordt opgebouwd.
Daartegenover staan momenten waarop die ingehouden emotie plotseling openbreekt. In 'On My Way' trekt Khamari zijn stem met een krachtige uithaal ver voorbij de ingetogenheid die grote delen van het optreden domineert. Het is een van de duidelijkste momenten waarop blijkt hoeveel vocale controle er onder zijn vaak zachte manier van zingen schuilgaat.
Ook instrumentaal zoekt hij steeds nadrukkelijker buiten de grenzen van klassieke R&B. Drums en gitaren krijgen daarin opvallend veel ruimte. Een akoestische partij van Tom heeft bijna iets Santana-achtigs, terwijl Khamari zelf eveneens regelmatig de gitaar oppakt. Tegelijkertijd blijft de invloed van D'Angelo hoorbaar in de manier waarop nummers langzaam worden opgebouwd en spanning niet direct wordt ingelost. Vooral 'Sycamore Tree' groeit zonder haast naar zijn climax. De band duwt het nummer steeds iets verder open, totdat het bijna ongemerkt van klein en breekbaar naar volledig meeslepend verschuift.
Precies daarin sluit de liveshow aan op de richting van To Dry a Tear. Khamari heeft zelf aangegeven minder geïnteresseerd te zijn geraakt in perfectie en meer in het rauwe gevoel in zijn muziek. In Paradiso wordt dat principe tastbaar. Arrangementen mogen ademen, gitaren mogen schuren en niet ieder nummer hoeft zo efficiënt mogelijk naar een groot slotmoment toe te werken.
De lichtregie versterkt die benadering. Warme en donkere verlichting wisselen elkaar af, terwijl zorgvuldig geplaatste lampen en verticale lichtstroken voortdurend beweging aan het podium geven. Daardoor krijgt de show een bijna filmische uitstraling. Dat Khamari filmregisseur Christopher Nolan in een interview met Billboard noemt als inspiratie voor storytelling voelt hier ineens minder vergezocht. Niet omdat het concert ingewikkeld of fragmentarisch wordt opgebouwd, maar omdat de omgeving nadrukkelijk onderdeel wordt van de vertelling. Sfeer wordt niet als versiering gebruikt, maar als verlengstuk van de muziek.
De sterkste reacties uit het publiek komen tijdens nummers als 'Drifting', 'Doctor, My Eyes', 'Head in a Jar' en 'These Four Walls'. Er wordt meegezongen en geklapt, en de betrokkenheid blijft van begin tot eind opvallend groot. In zijn interactie met de zaal is Khamari zelf nog wat kort van stof, al weet hij met enkele welgemikte verwijzingen naar Amsterdam moeiteloos gejuich los te krijgen.
De vergelijking met Frank Ocean blijft door zijn stijl en stemgeluid voorlopig onvermijdelijk, maar een show als deze laat vooral horen hoe Khamari langzaam uit de schaduw van zijn inspiraties beweegt. Stevie Wonder en Usher klinken door in zijn vocale instinct, D’Angelo in de sensualiteit en Jeff Buckley in de dramatiek, terwijl alternatieve rock steeds nadrukkelijker zijn instrumentatie binnensluipt. Juist wanneer hij die invloeden niet probeert te verbergen, maar samenbrengt tot iets eigens, wordt Khamari het interessantst. Hoe verder hij uit de schaduw van zijn voorbeelden weet te stappen, hoe groter de kans dat een artiest met zijn talent uiteindelijk zelf zo’n inspiratie zal zijn voor de generaties na hem.
BLØF - 29/08 - CONCERTGEBOUWOp 29 augustus speelde BLØF een semi-akoestisch concert in Het Concertgebouw....
LAMB (USA) - 01/09 - CINETOL De 21-jarige Lamb uit Venice Beach. Met haar zelfbenoemde stijl ‘electronic...
