The Mountain Goats - 14/10 - TivoliVredenburg

VERSLAG: Bas Kleijweg  

The Mountain Goats - 14/10 - TivoliVredenburg

The Mountain Goats zijn een formatie rondom John Darnielle, een muzikale duizendpoot die elk nieuw album de band opnieuw lijkt uit te vinden. Voor hun optreden in de grote zaal van Tivoli Vredenburg hebben ze Craig Finn gestrikt, een soortgelijke verhalenverteller die ook zijn nummers tot een coherent plot verweeft. De zaal heeft zitbanken, en een volgestampte vloer voor het podium voor de dansers. Verbindende factor tussen de stijlen is het grimlachen. De hoofdact en support weten de tragische thematiek van de liedjes op een wrange, weemoedige en toch optimistische wijze je oor in te gieten.

Vanuit een wat hoger gelegen zitbank kijken we neer op de minimaal belichte Craig Finn. Bekendheid verwierf hij als hoofdman van The Hold Steady, maar ook solo heeft ie z’n sporen verdiend. Het optreden van de man voelt intiem: in minimaal licht speelt hij op enkel gitaar, met af en toe een bijdrage van sax, fluit of toetsen van de muzikant aan zijn flank. Tijdens de set volgen we voornamelijk de perikelen van een priester die niet in de Heer gelooft (oftewel het verhaal van zijn meest recente plaat). Finn schetst kort de setting en waar we precies in het verhaal zitten, waarna op kalm getokkel de scène verder wordt uitgezongen.

Het gitaarwerk veert tussen kalm en driftig, de teksten zitten vol impressionistische details en rake frases die de pijnlijke plotwendingen hard doen aankomen. ‘People of Substance’, een track die een ratelend telefoontje naar een ex moet voorstellen, klinkt als haastige Americana. Het nummer is vol spraakzang, alsof de protagonist wil blijven praten om maar geen stiltes te laten vallen.

Vignettes uit een eerder album worden naadloos ingepast in het narratief, zoals het epische spoken word lied ‘Messing With The Settings’. Finn beschrijft het lied als een standbeeld, een momentopname van een tijd in het leven die nu niet meer bestaat. Melancholische instrumentale stukjes wisselen af met een refrein als een koor, en grote gedeeltes gemijmerde nostalgie. Het is echte luistermuziek, en uit de zaal is geen piep te horen. Een nog niet officieel uitgebrachte track over een man wiens vrouw constant aan het reizen is voor werk is ook een goed voorbeeld van het grimlachgevoel: een tikkeltje ironische wissel van gebruikelijke rolpatronen, maar nog steeds oprecht droevig. Veel te snel verlaat Finn alweer het podium.

Lang treuren kunnen we niet, want dan komen John Darnielle en companen op (Jon Wurster op drums, Matt Douglas als veelzijdige multi-instrumentalist). De kenmerkende, rauw-nasale zang van de frontman neemt het voortouw in een reeks openingsnummers met indie-invalshoeken, plus een vleugje country voor ‘Until I Am Whole’. Het tempo gaat wat omlaag voor een lied over berusting in een eenzame levensstijl. Laconiek volgt er een track waarin de hoofdfiguur zichzelf verdrinkt, met wederom een opvallend optimistische instrumentatie voor dat grimlachcontrast. Tussen al het moois en morbide roept Darnielle afwisselend “do every stupid thing” en “just stay alive” als onorthodoxe overlevingsstrategie.

De frontman blijft even alleen achter voor een solo-gedeelte, intiem belicht, songteksten die naar Nederland verwijzen, en dan kondigt hij aan dat de vibe goed of juist slecht genoeg is om de zware pil ‘Song For My Stepfather’ te spelen (oud, maar nooit officieel uitgebracht). Hij moet even vermanend wat filmers wegwuiven, maar dan zwelgt de zaal in pijnlijke herkenning. De setlist past zich aan naar gevoel, terwijl de bandgenoten terug het podium op komen. Lichtere kost, gitaarwerk heeft nu Spaanse buien, multi-instrumentalist roteert als een razende de instrumenten. Zowaar sluipt er een dansbare groove in, en de saxofoonsolo benadrukt al helemaal dat de band ook funk kan. Beneden laat het publiek zien hoe je ook kan dansen als je als een sardientje klem zit tussen anderen.

Ze schudden wat in de setlist om een outlaw country-liedje in te passen, en de drummer krijgt een komische dreiging naar zijn hoofd als hij er wat gemaakt kribbig over doet. Weer een grimlachmomentje, evenals het vrolijke verhaal achter ‘Charlie Sheen Reaches Out To The Feds’ (de jonge acteur dacht dat een gore film echt was en contacteerde de autoriteiten). Ook in de zitbanken is het inmiddels onstuimig met dansende voeten en handen die op de railing drummen. We stomen af op de climax: het cathartische ‘This Year’, een sentiment samengevat in de frase “I am gonna make it through this year if it kills me”. Vol van betekenis schreeuwen zowel het stavlak als de tribunes het refrein mee. Er wordt zelfs een poging gedaan iemand de lucht in te hijsen voor een sessie crowdsurfen.

Uitbundig en persistent applaus leidt tot een ingeplande encore, waarna Darnielle vraagt hoeveel tijd er nog is en de toegift tot maar liefst vijf nummers wordt opgerekt. Soms bijna jazzy, dan weer plezierig poppy met fijnmazig drumwerk. In de zitgedeeltes zijn de mensen van hun stoelen af, de belichting is in discostand en Darnielle en kornuiten zijn bereid te spelen tot de officiële eindtijd. Het is al met al een daadwerkelijk emotioneel verlichtend optreden, en goedkoper dan therapie.

 

BILL CALLAHAN - 10/10 - MELKWEGBill Callhan was terug in Europa ter promoot van zijn laatste plaat 'My days...

IRIS JEAN - 13/10 - TIVOLIVREDENBURG Iris Jean stond dinsdagavond 13 oktober in Club Nine in TivoliVredenburg. Met...